De Cliënten

De Cliënten

Ruime ervaring is opgedaan met de dieetbehandeling van kinderen en volwassenen met de volgende klachten:

  • jeuk, constitutioneel eczeem, dauwworm, urticaria reacties(=netelroos = galbulten);
  • chronische darmklachten, diarree, spastisch colon (=spastische dikke darm), obstipatie (=verstopping), lactose-intolerantie;
  • anafylactische shock;
  • vermoeden van niet-allergische voedselovergevoeligheid;
  • Eosinofiele Oesofagitis;
  • hypoglykemie-achtige” klachten;

Bij de behandeling van voedselovergevoeligheid komen de volgende vragen en onderwerpen zoal aan bod:

  • In hoeverre heeft voeding iets met mijn klachten te maken en zo ja, voor welke voedingsmiddelen bestaat overgevoeligheid?Vaak bestaan de klachten al jaren, zijn er al allerlei diëten gevolgd en is nooit duidelijk geworden, in hoeverre voedsel een rol speelt bij de klachten. Heel vaak moet de rol van voeding nog verder worden uitgezocht. Bij veel ziektebeelden, zoals bijvoorbeeld bij eczeem en chronische darmproblemen, spelen namelijk meer factoren een rol, die de klachten kunnen beïnvloeden.
    Om deze vraag te kunnen beantwoorden zijn een goede samenwerking met de verwijzend arts, ruime ervaring als diëtist met voedselovergevoeligheid en herkenning van voedselovergevoeligheidsreacties essentieel.
  • hulp bij het opstellen van provocatieschema’sVanwege haar wetenschappelijke werk heeft Berber Vlieg ervaring met het betrouwbaar en veilig opzetten van doseerschema’s
  • hulp bij thuisintroductie van voedingsmiddelenHet is voor veel artsen en diëtisten nog lastig om vast te stellen of een voedingsmiddel thuis of onder medisch toezicht in het dieet geïntroduceerd mag worden. Enerzijds is het de bedoeling dat een cliënt zo min mogelijk onnodig weglaat uit het dieet, anderzijds kan introductie in de thuissituatie tot vervelende of zelfs gevaarlijke allergische reacties leiden. Om dus te bepalen of het zinvol is of een voedingsmiddel moet worden geïntroduceerd, en zo ja, of dat onder medisch toezicht (provocatie) of thuis moet plaatsvinden, moeten diverse risicofactoren worden afgewogen. Voor deze beslissing bestaan (nog) geen nationale of internationale protocollen. Berber Vlieg heeft hierover samen met een kinderarts-allergoloog gepubliceerd in het Nederlands Tijdschrift voor Kindergeneeskunde, en heeft in het kader van haar proefschrift speciale thuisintroductie richtlijnen ontwikkeld voor kinderen die nog niet eerder in hun leven voedingsmiddelen zoals ei en pinda hebben gegeten. De beslissing van thuisintroductie of provocatie onder medisch toezicht vindt echter altijd plaats in overleg met een ter zake kundige arts.
  • Mijn kind heeft nog nooit pinda of ei gegeten en heeft koemelkallergie: kan ik dit veilig geven?
  • hoe streng moet ik dieethouden bij kans op ernstige reacties, zoals bij anafylactische shock.
  • kunnen dieetfouten kwaad, bijvoorbeeld met het oog op het verloop van de allergie?
  • Is mijn voeding of de voeding van mijn kind volwaardig?
  • Kan ik preventieve maatregelen nemen bij het geven van borstvoeding en gedurende het eerste levensjaar van mijn kind?
  • Hulp bij problemen met de introductie van vaste voeding bij de baby
  • Hulp bij de praktische uitvoering van een dieet bij voedselovergevoeligheidBij een eenmaal vastgestelde voedselovergevoeligheid of bij het volgen van diëten in de onderzoeksfase (diagnostische fase) hebben veel mensen behoefte aan praktische ondersteuning bij het uitvoeren van het dieet. Er bestaat veel behoefte aan informatie over geschikte merkartikelen, verkrijgbaarheid van producten, receptuur, alternatieven, samenstelling van een goed dagmenu, variatie, enz.
Diagnostiek van koemelkallergie op het CB aanzienlijk verbeterd door dubbelblinde provocatietest. B.J. Vlieg-Boerstra, I. Tissen, A.B. Sprikkelman

Ned. Tijdschr Allergie, 2015;1:25-28.

Pin It on Pinterest

Share This